Gedreven door uitdaging
Een verhaal van …
Robert Koops
Een leven in het teken van topsport
Volleybal beheerst al van jongs af aan het leven van autolaadkraanchauffeur Robert Koops (59). Hij speelde de sport vroeger zelf op hoog niveau en was jarenlang trainer en coach bij verschillende clubs. Ook zijn vrouw Daniëlle speelde in haar jonge jaren fanatiek volleybal. Niet vreemd dus, dat hun drie kinderen Tom (25), Joris (23) en Janne (21) de sport met de paplepel ingegoten kregen.


‘Wij waren altijd met die bal bezig en woonden zo ongeveer in de sporthal’. Tom en Janne zetten alles aan de kant om topsporter te worden. Met succes. Joris had buiten de sport ook andere ambities en studeert nu voor geschiedenisleraar. ‘Maar welke keuzes onze kinderen ook maken, we zijn hartstikke trots op alle drie!’
Al van kleins af aan hebben Robert en Daniëlle hun drie kinderen zelf getraind. ‘Je kan in Nederland pas vanaf zes jaar op volleybal, maar wij leerden hen al vanaf zeer jonge leeftijd met de bal omgaan. Ook later, toen ze op clubs zaten, zijn we dat blijven doen. Na een training, zodra er in de sporthal een veld vrij was, huppakee nog even volleyballen. Wij waren altijd met onze kinderen bezig en zagen zelf al snel dat ze motorisch handig waren.’
Anders dan andere ouders
Robert en Daniëlle zijn er niet de ouders naar om hun kinderen de hemel in te prijzen voor hun prestaties op het veld. ‘Wat dat betreft zijn wij anders dan andere ouders. Als ze iets goeds doen, dan horen ze dat van ons. Maar andersom zeker ook. We zitten ook niet altijd bij de andere ouders op de tribune, maar gewoon ergens achteraf. Wij zijn direct en zeggen hardop wat we vinden van de prestaties op het veld. Daar zijn andere ouders soms niet op gesteld. Ik kijk naar de spelers met de ogen van een coach, omdat ik dat zelf jarenlang ben geweest. En ik weet uit ervaring dat je sporters juist verder helpt als je eerlijk bent en zegt waar het beter kan. Dan weten ze waar ze op moeten focussen voor de volgende keer.’


Blessureleed en Q-koorts
Roberts eigen actieve volleybalcarrière kreeg een dip in 1985 door een ernstige knieblessure. ‘Daardoor heb ik niet de overstap kunnen maken naar hogerop, heel jammer. Mijn doel was om eredivisie te spelen. In die tijd was de zorg rondom blessures nog totaal anders. Dan moest je soms wel een jaar wachten op een operatie. En daarna nog revalideren.’ Robert bleef tot 2006 actief op het veld als speler, op een lager niveau. ‘Toen liep ik Q-koorts op en ben ik definitief gestopt.’ Nog altijd kampt hij met de gevolgen van die ziekte, die veel dezelfde symptomen heeft als long Covid. ‘Ik werkte destijds bij Witlox Wegenbouw en stuurde een team aan, maar ik kon dat niet meer opbrengen. Ik had vooral last van concentratieproblemen en kon slecht dingen onthouden.’ Robert kreeg een andere functie en bleef wel nog geruime tijd in dienst bij Witlox.
Van Boxtel beweegt mee
Als trainer of assistent-coach werkte Robert bij diverse clubs, zelfs op eredivisieniveau. Allemaal naast zijn reguliere baan. In 2018 kwam hij in dienst bij Transportbedrijf Van Schijndel dat in het voorjaar van 2019 werd overgenomen door Van Boxtel Groep. ‘Dit werk is veel minder belastend voor mijn lichaam, ik had deze overstap eerder moeten maken. Ik heb het hier echt naar mijn zin. Bij Van Boxtel denken ze goed mee in hoe ze mensen tegemoet kunnen komen als dat nodig is. In de periode dat ik op woensdagnamiddag moest trainen bij een club in Nijmegen, werd hier geregeld dat ik die dag om 15 uur kon stoppen met werk, zodat ik om 17 uur de training kon geven. Dat waardeer ik echt. Of die keer toen onze Janne last minute gevraagd werd om mee te doen aan een internationaal toernooi in Oostenrijk, waar ze anderhalve dag later moest zijn. Dat betekende hals over kop de auto in om haar te brengen. Ik heb Hein gebeld en die zei meteen: GAAN! Mijn werk was al ingepland en dat heeft collega Willem toen overgenomen. Echt fijn dat dat hier allemaal kan.’


Te klein
‘Hij haalde die selectie niet vanwege zijn lengte. Terwijl hij technisch gezien stukken beter was dan de meeste die daar wel rondliepen. Ik vind het geweldig dat hij het zonder die jeugdselectie ook heeft gered om aan de top te komen. Tom is ook dit jaar weer geselecteerd voor het nationaal team de “Lange Mannen”. In zijn debuutjaar daar heeft hij de volleybalwereld versteld doen staan. Het is voor ons als ouders fantastisch om mee te maken hoe laaiend enthousiast internationale sportverslaggevers en de pers over hem praten. Een bal tijdens een servicebeurt van Tom haalt snelheden van 100-120 km/uur. Eén service in zijn debuut jaar ging meteen viral: de bal was al uitgegeven, maar bij het terugkijken van de beelden bleek toch dat hij met 1 millimeter de buitenkant lijn raakte. Dat fragment ging de hele wereld over. Als dat je kind is, dan is dat echt bijzonder.’
Tom speelde enkele jaren bij topclubs SSS-Barneveld, Sliedrecht Sport en Active Living Orion. Met het nationale team speelde hij wedstrijden over de hele wereld. Vorig jaar maakte Tom de overstap naar de Franse club Paris Volley, waarmee hij de Coupe de France wist te winnen. Deze zomer richt hij zich met Oranje op de wedstrijden in de European Golden League, in september gevolgd door het Europees Kampioenschap in Finland. Waar hij volgend seizoen gaat spelen, daar mag vader Robert nog geen uitspraken over doen.
Doorzetten
Dochter Janne ging op 16-jarige leeftijd vanuit Den Dungen naar profclub Dynamo Apeldoorn. Nu speelt ze voor Sliedrecht Sport, op de libero positie. Het lukte de club dit jaar net niet om landskampioen te worden. ‘Onze Janne heeft een zware blessure gehad, waardoor ze een jaar niet heeft kunnen spelen. Het afscheuren van je voorste kruisband is vreselijk voor een topsporter. Je gaat dan een lang traject in van vallen en opstaan: een operatie, blijven trainen, pijn lijden, willen opgeven, maar toch weer doorgaan.’
En Janne gíng door. Toen ze eind maart 2026 haar rentree maakte op het veld, barstte er een luid gejuich los vanaf de tribunes. ‘Het voelde als thuiskomen’, zo verwoordt ze het zelf in een interview met het AD. Daarin vermeldt ze ook dat ze deze fase nooit was doorgekomen zonder de hulp van haar fysiotherapeuten, haar vriendje én haar lieve ouders. Janne speelt komend seizoen nog in Sliedrecht, maar Robert hoopt dat ze daarna haar carrière in het buitenland kan vervolgen.
En als ook Janne volgend jaar in de Oranjeselectie van het vrouwenvolleybalteam terechtkomt, dan zou het zomaar eens kunnen dat ze in 2028 of in 2032 beiden uitkomen op de Olympische Spelen in Los Angeles. Met hun trotse ouders en broer natuurlijk op de tribune.
